Zonenieuws

ZONE NIEUWS :

Tijd voor de grote schoonmaak

Er wordt veel gevast in de wereld, onvrijwillig vanwege de armoede of als middel om een bepaald lichamelijk ideaal te behalen. Dit heeft weinig met christelijk vasten te maken.

Voor mij staat de vasten in het teken van relaties. Het gaat hier om de relatie met jezelf, met de naaste en met de wereld. En de basis van alles is de relatie met God. Tijdens de vasten is het aangeraden om na te denken over deze relaties, en te proberen om erin te groeien.

Eigenlijk heeft het woord ‘vasten’ 3 betekenissen: het is een begrip, het is een tijdsaanduiding en het is een werkwoord. Te veel mensen denken aan een dieet of aan de ramadan. Voor anderen is vasten verbonden met carnaval, zeer zeker in Halle. Maar vasten heeft ook iets te maken met schoonmaak, lichamelijk en geestelijk. Vroeger begonnen veel vrouwen in die periode aan de grote schoonmaak van het huis. En misschien is dat wel een heel goede metafoor voor wat vasten kan zijn: alles wordt opnieuw geordend.

Vasten is ook een tijd om 40 dagen te breken met je ‘verslavingen’. Voor de één is dat alcohol of roken, voor anderen kan dat tv-kijken zijn of snoepen of shoppen of computerspelletjes. Het gaat om dingen waarin je je kan verliezen, die het je moeilijk maken om de juiste keuzes in het leven te maken. Lichamelijk kan het wat ongemakkelijk aanvoelen als je breekt met gewoontes, maar misschien komt er juist daardoor meer geestelijke ruimte.

De veertigdagentijd is de tijd om beloftes in te lossen, verstoringen te verhelpen en fouten goed te maken. Het is de tijd om regelmatig stil te zijn om je relatie met God weer eens extra aandacht te geven door middel van gebed. Door ons drukke bestaan komen we daar vaak niet aan toe. Als we bidden, betrekken we God steeds opnieuw actief in ons bestaan. In de stilte kan je beter horen, en voelen dat je gedragen wordt door een liefdevolle Vader.

Christenen leven ieder jaar naar Pasen toe. Katholieken doen dat door te vasten, een grote schoonmaak in hun leven. Heb jij al een plan?


Raymond Decoster,  zonepastoor

Een nieuwe taal

Ooit stond het op één van de binnenbladzijden van een krant afgedrukt: een Irakees draagt een zwaargewonde Amerikaan in zijn armen naar de ziekenwagen. De man was in zijn militair voertuig onder vuur genomen en had nu zijn leven te danken aan deze Irakees die voorbijkwam.

Een dergelijk voorval doet herademen, en wakkert het geloof aan dat een mens tot méér in staat is dan enkel maar wraak en haat. Het is echter zo uitzonderlijk en het staat zo ver verwijderd van wat er doorgaans gebeurt, dat het aanzien wordt als iets buitengewoons, iets dat indrukwekkend genoeg is om de krant te halen.

Bijna spontaan doet dit gebeuren mij denken aan de parabel van de Barmhartige Samaritaan, waar een overvallen en gewonde man langs de weg eveneens gered wordt door een voorbijganger, en dan nog wel een Samaritaan, niet bepaald een vriend van de Joden.

Jezus vertelt dit evangelie om aan te tonen hoe ver de liefde tot de naaste kan reiken.

Volgende zondag wordt in het evangelie, een fragment uit de Bergrede, dezelfde thematiek behandeld. Uitgangspunt is de joodse wet op de vergelding:’ oog om oog, tand om tand’..

Ofschoon een dergelijke rechtsorde ons brutaal overkomt, betekende het voor die tijd al een hele stap vooruit. Want hoewel het principe ‘oog om oog, tand om tand’ ons een barbaars primitieve moraal lijkt, toch klinkt deze morele wetgeving al heel anders en ‘beter’ dan wat we lezen in het vierde hoofdstuk van het Scheppingsverhaal: “Word ik gewond, dan dood ik een man; krijg ik een schram, dan dood ik een kind”.

Wraakacties werden hierdoor aan banden gelegd en gelimiteerd door het principe van de gelijkwaardigheid. Een boete diende in overeenstemming te zijn met het begane misdrijf, niet meer of niet minder. En eenmaal ze was uitgevoerd, werd het conflict als afgesloten beschouwd en mochten er geen haatgevoelens meer zijn.

 

De eerste lezing zondag uit het boek Leviticus gaat nog een stap verder en roept op om helemaal geen wrok te koesteren tegen een volksgenoot, maar de naaste te beminnen als zichzelf. En de reden is: “Wees heilig, want Ik, uw God, ben heilig”. Het moreel gedrag wordt hier gekoppeld aan het ontzag en de eerbied voor de Heer. Het geloof in Hem vertaalt zich in sociale omgangsvormen die het welzijn van de medemens veilig stellen. Wie op dit punt tekort schiet, staat ook in het krijt bij God. Een belangrijk aanvoelen van de bijbelse mens. Gaandeweg heeft hij begrepen dat zowel de schepping in haar geheel als het samenleven met anderen bestemd is om er de liefde van God concrete gestalte te geven. In de manier waarop mensen met elkaar en al het geschapene omgaan, moet het gelaat van God zichtbaar worden.


Raymond Decoster, zonepastoor